Zijn we allemaal Malloten?
30 May 2008
By on 13:37
Hieronder kun je het verslag lezen dat ik aan de leden van mijn fietsclub heb gestuurd, wellicht ook leuk om op ons weblog geplaatst te hebben.
Zijn we allemaal malloten?

Het is maar net hoe je het bekijkt
Arjen Schultinga (overigens familie van Henk Schultinga, xe9xe9n van onze sponsoren) is de enige die rechtmatig kan worden toegelaten tot het officixeble Gilde der Malloten van de Mont Ventoux (Le Club de Cinglxe9s du Mont Ventoux) van mr. Pic.
De anderen hebben in de korte fietsweek ook knotsgekke dingen gedaan waarvan je je achteraf kunt afvragen of daarbij het verstand hoogtij vierde. Malloten dus?
En ik zelf? Ben ik een Malloot? Volgens de normen van sommigen zeker wel. Volgens het Gilde van Monsieur Pic niet.
Maar dat maakt me nu niet zo veel uit, aan mijn pogingen zaten gaan weddenschappen vast en wat dan nog.
Hoe gek moet je zijn om op maandag 26 mei ‘met de besten mee’ omhoog te klimmen met in je achterhoofd het idee dat je dat een dag later nog drie keer mag gaan proberen?
Het heeft me in ieder geval opgeleverd dat ik binnen 24 uur drie maal de top van de Mont Ventoux heb bereikt en drie maal het Observatoire heb aangeraakt en dat ook nog via de zware kanten (2 x  vanuit Bedoin en 1 x vanuit Malaucene). Volgens het gilde van mr. Pic telt dat allemaal niet, maar mijn gezond verstand weet gelukkig beter.
En eigenlijk heb ik de hele week wel lekker getraind:
-zaterdag 80 km, 800 hm door mooi licht glooiend terrein
-zondag 90 km, 1000 hm, vrij vlak door de Gorges de la Nesque en een mooie lange slotklim over de col de N.D. de Abeilles
maandag 70 km, 1750 hm, xe9xe9n maal de beklimming van de Mont Ventoux via de route forestixe8re, vanuit Bedoin
dinsdag 90 km, 3336 hm, met twee maal de beklimming van de Mont Ventoux, eenmaal vanuit Bedoin, eenmaald vanuit Malaucene.
Er zijn weken dat ik minder hoogtemeters maak.
In dit verslag wil ik mijn persoonlijk relaas geven van die memorabele dinsdag 27 mei 2008. De dag waarop ik, als xe9xe9n van de malloten van de VROM Insepctie Noord, het waagde om ‘s morgens de uitdaging aan te gaan.
De dag ervoor viel me de klim vanuit Bedoin naar de top heel erg mee. Ik vroeg me af of ik last zou hebben van de klim van de dag ervoor. In de aanloop dacht ik van wel, mijn maag speelde wat op en ik voelde de vermoeidheid in mijn benen branden. Ik nam me voor de eerste klim erg rustig van start te gaan. In het bos, het beroemde bos, voelde ik meteen dat de benen goed waren, heerlijk klimmen eigenlijk. En ik ervaarde het als een voordeel dat ik de dag ervoor hier ook had geklommen. Ik herkende herkenningspunten dacht "oh ja, dan komt straks die moeilijke passage en hier kan ik wat drinken". Dat soort details maken het nog wat beter om de klim in te delen.Ik reed in het groepje Dick, Guido en Arend op mijn gemak mee, beetje praten, beetje eten en drinken, soms wat ervoor soms wat er achter, maar nooit in de problemen. In het laatste stukje naar Chalet Reynard versnelde ik zelfs wat om even te kijken hoe de benen dit zouden verdragen, wetend dat Renxe9 daar ergens, 2 of 3 kilometer verder met koffie wachtte. En daar stond ie al, in de laatste bocht voor het laatste rechte eind naar het Chalet. Een mooi plekje.
Na de pauze voorbij het Chalet Reynard blies de wind mij verder naar de top. De wind was anders dan gisteren, meer van opzij. Ik kreeg iets van hoop dat de wind ook wat minder was geworden, maar in de laatste bocht naar de top raasde hij over het smalle plateautje en zorgde ervoor dat ik snel uit de pedalen moest klikken anders was ik op zeker gevallen. De stempel gehaald en de gevaarlijke afdaling naar Malaucene ingezet. Eerst nog lopend, omdat ik echt van de weg werd geblazen. Na de top, zo’n 50 meter lager ging het fietsen weer wat. Maar de hele afdaling, op een deels nog natte weg, bleef het uitkijken met valwinden die mij verrasten. Op het terras van Malaucene hoorden we het nieuws dat Robert Tebbens in de afdaling naar Bedoin (hij had Chalet Reynard weten te bereiken, de klasbak!) over een steentje was gevallen en iets in zijn arm had gebroken. Een domper, even de twijfel, stoppen of doorgaan, maar de groep besloot: we gaan door. Joop Aardema deelde mee dat hij stopte en ook uit koers was. Met 7 gekken zijn we door gegaan. Weer omhoog, vanuit Malaucene naar de top. Onderweg, bij de camping Municipal een bord pasta weg gewerkt van rots in de branding Rene Guchelaar, die daarna koers zette naar het ziekenhuis om Robert Tebbens op te halen en te helpen.
Ook de klim vanuit Malaucene voelde gewoon heel goed, bij het stilstaan en het eten voelde ik mijn maag weer wat, maar onder het fietsen en het klimmen nam de pijn gelukkig af. De groep reed iets voor me en in een heerlijke cadans kon ik goed blijven draaien. Af en toe was ik wat onzeker over mijn pedalen en probeerde ik er steeds uit te komen, om dat al vast even te testen mocht de wind toch weer ongenadig toeslaan. De zon was er inmiddels goed door gekomen en dan is het daar ook meteen warm: 30 graden.
Het leek allemaal wat vriendelijker te worden en opgelucht klom ik verder. Ik hoefde nergens echt moeite te doen, ook niet bij steile passages, soms stond ik even, puur voor de afwisseling. De wind die hier waaide besloot ik te zien als een kameraad en ik beeldde me in hoe ik een verbond sloot met de wind, de wind van de Ventoux. Hij bracht me verkoeling en zorgde dat ik wakker en bij de les bleef. Elke keer als er een vlaag kwam rechtte ik mijn rug om zo veel mogelijk van de verfrissende werking mee te krijgen. Het tweede deel van de klim voelde ik me geborgen in de groep en met Guido van der Meij bepaalde ik het tempo. Bij een aanwakkerende wind werd ik onzekerder. Nog even proberen om uit de pedalen te klikken, lukt dat nog? Even verder stond een grote vrachtwagen-combinaite geschaard over de weg. Later hoorde ik dat de wind de auto had gegrepen. De chauffeur kon er niets meer aan houden.
Na het ski-oord Mont Serein dacht ik een straaljager te horen overkomen. Toen we wat hoger kwamen bleek het jankende geluid afkomstig van l’ Observatoire dat ver boven me fier op de top van de Ventoux stond. De wind speelde er mee, probeerde vat te krijgen op het stuk staal. Weer even controleren of ik uit de pedalen kon komen….dat deed ik nu om de paar honderd meter. De wind joeg inmiddels om ons heen en het verbond dat ik met de wind had gesloten werd eenzijdig door haar verbroken. Vanaf nu stond ik er helemaal alleen voor. Met Guido sprak ik af om een kilometer onder de top een inham op te zoeken om daar in de luwte ons plan te bepalen en de jasjes aan te trekken. toen we een schuilplekje vonden en onze gele jasjes aantrokken besloten we verder omhoog te klimmen, maar nu links van de weg, zo ver mogelijk van het ravijn en zo veel mogelijk uit de wind. In xe9xe9n van de laatste haarspeldbochten onder de top kwam ons een touringcarbus vol toeristen tegemoet. En wij waren blijkbaar de attractie, want de camera’s flitsten en de chauffeur wachtte geduldig tot we waren gepasseerd. Even later liep ik weer een stukje omdat ik dacht dat fietsen onmogelijk was, toch maar weer een stukje verder fietsen, tot de volgende bocht, daar weer hetzelfde. Zo ging het door tot het laatste bochtje naar de top. Hier raasde wind echt als een dolle en verder fietsen was onmogelijk. Ik beleefde angsitge en eenzame momenten tijdens dit stuk. Lopen dus en even verderop schuifelend, half kruipend, met de fiets zo schuin mogelijk en een been er half overheen en mijn bovenlijf helemaal over de ligbuis. Zo bereikte ik de top.
Ik dacht bij mezelf: Wat is dit? Is dit nog fietsen? Heb ik hiervoor dik 5000 km getraind? Ik beschouw mezelf inmiddels als een wielrenner (want de benen geschoren) en een wielrenner ervaart het als een afgang ergens te moeten lopen, zeker tijdens een klim. Ik vond dat waar ik daar mee bezig was niets meer met fietsen had te maken. Dit was bergwandelen met handicap: een moelijk te temmen fiets die een speelbal was van de wind. Dat wilde ik niet nog een keer doen.
Boven zag ik dan dat busje uit Beverwijk en mijn besluit stond vast: ik stapte uit koers (Jan Bos, abandon). Natuurlijk kon ik meerijden naar het dal en er was wel plek voor de fiets.
De twee moeilijkste klimmen heb ik gedaan en fysiek ben ik nergens in de problemen geweest: ik kon dit aan en met nog wat weken voor de boeg ben ik dus ook klaar voor de Marmotte. Eindelijk beneden dronk ik mijn eerste biertje van deze vakantie (!) op een terras. Hier ontspande ik wat en ik wachtte verder, met bier en een lekkere salade op Robert en Joop die me zouden komen ophalen. Zo eindigde mijn bizar avontuur in een knotsgekke fietsweek. Niet echt leuk om mee te maken, maar over een tijdje zijn de scherpe randjes eraf gewaaid en dan kijk ik er hopelijk positiever tegenaan. Binnenkort verschijnen op het weblog (www.letourdevintoux.web-log.nl) nog wel wat foto’s en als het goed is ook een spectaculair filmpje van de afdaling vanaf de top van de kale berg. Mensen die mij en/of Right To Play hebben gesteund bedank ik hartelijk voor de support!
Bedankt!
Jan

0 Responses to Zijn we allemaal Malloten?

  1. Mooi mannen om alle belevenissen nog eens zo terug te lezen (ik mis er nog 4!!) Iedereen heeft zijn eigen maximale strijd geleverd en kan terugkijken met een goed gevoel. Ik zal de hele weblog eens uitprinten, die van vorig jaar ligt hier ook nog, is leuk om nog eens in te zien.
    BTW de oorzaak van het shymmen van mijn fiets is door de fietsenmaker ontdekt: een voorband met een onregelmatig, slingerend loopvlak en met op enkele plekken te dunne stukken rubber op het canvas op de wangen; fabrieksfout.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>